Rouw Fasen Model

Het rouwproces ligt in het verlengde van rouw. Sterker nog; Rouwen is een
proces. Kübler-Ross beschreef als eerste het rouwproces dat een stervende
ervaart in stadia en ontwikkelde een model volgens vijf fasen (kübler-Ross
1982). Nadien is dit model toegepast als verwerkingsproces voor nabestaanden
van een sterfgeval. Men ging er van uit dat de fasen elkaar zouden opvolgen.
Om aan een opvolgende fase te kunnen beginnen, zou de voorgaande fase moeten
zijn doorlopen. De vijf fasen zijn:

1.    Ontkenning van de realiteit als afweer tegen het verdriet van het
verlies.

2.    Woede en opstandigheid tegen de verlieservaring.

3.    Marchanderen en vechten om het verlies af te wenden als men merkt dat
woede en opstandigheid niet werken.

4.    Depressie treedt op als men zich realiseert dat er niet aan het
verdriet valt te ontkomen.

5.    Aanvaarding van het verdriet.



Het rouwfasenmodel van Kübler-Ross heeft navolging gehad. Er zijn andere
auteurs geweest, onder andere Levy, die het fasenmodel hebben uitgewerkt
naar een aangepaste versie. Het voert buiten het bestek van dit onderzoek
deze aanpassingen hier te bespreken. Waar het in dit geval om gaat is het
benadrukken van het feit dat het fasenmodel van Kübler-Ross aan de basis
heeft gestaan van beschrijving en opdeling van het rouwproces. Het
rouwproces werd gestructureerd.

Voordeel van een algemeen model is dat men structuur kan aanbrengen in
emotionele gebeurtenissen die ongeordend en chaotisch lijken te verlopen.
Nadeel is dat dergelijke modellen niet algemeen toepasbaar zijn op unieke
individuen. Ook blijkt dat de fasen niet altijd in gelijke volgorde verlopen
bij iedereen (Keirse 2002). Dit is ook de kritiek op het fasenmodel. Veel
auteurs hebben het fasenmodel dan ook verlaten en gekozen voor een model
waarin men uitgaat van taken die de rouwende zou moeten verrichten.

In het rouwtakenmodel van William Worden wordt het rouwproces bezien als een
dynamisch proces waarin de rouwende vier taken moet volbrengen. De taken
kunnen in wisselende volgorde worden volbracht en worden met wisselende
intensiteit beleefd. In dit verband spreekt men van rouwarbeid en rouwtaken
(Worden, 1983). Rouwen wordt hier bezien als (zware) arbeid om het verlies
te kunnen verwerken. Rouwen is hard werken. Er moeten vier rouwtaken worden
vervuld:


1.    Aanvaarding van het verlies. Het accepteren door de nabestaande dat de
overledene nooit meer terugkomt. In deze taak gaat het om bewustwording van
de onomkeerbaarheid van het overlijden. Het verlies is een realiteit waar
men niet omheen kan.

2.    Ervaren van de pijn. Het doorvoelen en doorleven van de pijn die het
verlies met zich meebrengt. Niet iedereen zal op dezelfde manier en met
dezelfde intensiteit de pijn beleven.

3.    Aanpassing van een leven zonder de overledene. De rouwende komt er
achter dat de overledene rollen, taken en functies had die na zijn of haar
overlijden niet meer worden vervuld of verricht. Het gaat erom dat de
rouwende nieuwe taken en rollen ontwikkelt als antwoord op de veranderingen
in het leven na het verlies.

4.    De overledene emotioneel een plek geven en de draad weer oppakken in
het leven.  De rouwende kan zodoende verder leven en nieuwe contacten
aangaan en richt zich hiermee weer op de toekomst.

(Bron: William Slijpen rouwbegeleider)

 
Zoeken op deze site